Vertrekmonument Delden

Vertrek

In maart 2015 is op initiatief van Dick Lohuis (ter gelegenheid van 70 jaar bevrijding) aan stichting MIKC/ Perron 1 gevraagd mee te werken aan het plaatsen van een historisch belangrijk kunstwerk (locatie station) dat over de geschiedenis gaat van de laatste joodse burgers die in 1943 vanaf station Delden voorgoed zijn vertrokken.

Waarom dit beeld

Dagelijks vertrekken vele mensen van dit station. Forensen op weg naar hun werk. Onze kinderen, als ze in de buurgemeente naar school gaan. Of enkele jaren later, als ze in de studentensteden in het Westen gaan studeren. Als ouders kijken we ze dan na, hopend dat het allemaal goed komt. Dat ze hun weg vinden in de grote, wijde wereld. Gelukkig komen ze altijd terug, al dan niet met een volle zak was.

Zowel vertrekken als thuiskomen, gebeurt vaak onbewust. We vertrekken vaak omdat het moet. Naar school, naar het werk. We verwachten niet anders, dan dat we ’s avonds weer terug komen. Dat is vanzelfsprekend, want we vertrekken in vrijheid.

Voor tien Deldenaren was dit anders. Zij vertrokken op 29 maart 1943 gedwongen, onder toeziend oog van de veldwachter van Delden en de stationschef.

Station Delden

Waarom is dit beeld zo bijzonder?

Het beeld toont een groep Joodse mensen wachtend op de trein, zij moesten vertrekken en hadden niet de keuze terug te keren.
Het beeld stimuleert de reiziger bewust te worden van het feit dat zij/hij de vrijheid heeft te vertrekken dan wel terug te keren naar dit station.
Deze bewustwording van onze vrijheid is vooral belangrijk voor de jongere generatie, kinderen, en komende generaties.
Voor hen is het van groot belang om de historie in duidelijke beeldtaal te kunnen blijven zien en te begrijpen.

Gedachtengang

In gedachten zien we ze staan, de negen volwassenen en een baby op de arm, hun lot gedeeld. Sprakeloos wachtend op wat komen gaat. Slechts nagezien door twee mensen die beroepsmatig aanwezig waren. Ook door burgers die met de trein moesten, zoals ons onlangs is verteld door een man die met zijn moeder ook op de trein wachtte, maar dan in de tegenover gestelde richting.
Ook nu krijgen we dat zelfde beeld te zien. Talloze mensen wachtend op de trein, kijkend op de telefoon, bezig met zich zelf.
De mensen van toen zouden dus zomaar mensen van nu kunnen zijn.
Kunstenaar Rob von Piekartz heeft het idee vertaald. Mensen zoals van alle tijden wachtend op de trein, gewoon omdat het kan, niet omdat het moet.

Toch lijkt de reiziger van nu, zich niet bewust te zijn van de vrijheid die ze hebben. Niemand voelt dreiging. Iedereen vertrouwd op een veilig vervoer naar waar hij/zij heen wil. Reizen voor je plezier, dat kan nog steeds.
Voor hen was dit geen gewone tocht, alleen omdat ze Joods waren en omdat een groep mensen vond dat ze daarom geen recht op leven hadden.

Laat dit beeld van deze mensen, jullie herinneren, dat vrijheid van leven een groot goed is en niet vanzelf sprekend.

De geschiedenis

In Delden waren in de oorlog enkele joodse mensen die te oud, dan wel niet in de gelegenheid waren om onder te duiken. Gezamenlijk zijn ze na een oproep op 29 maart 1943 vanaf dit station Delden naar Vught vertrokken. Hun vertrek verliep rustig en vredig, hoewel ze bevreesd waren.

Het waren, Meijer en Roosjen van Gelder, broer en zus. Meijer was 74 en Roosjen was zelfs 81. Het waren geen bemiddelde mensen, woonden in een schamel huisje aan het Kipweggetje. De aanmoediging onder te duiken negeerden ze. Ze vonden het welletjes en legden zich neer bij hun lot, vluchten kan niet meer, moeten ze gedacht hebben.

Mevrouw Hilsum, 62 afkomstig uit Rotterdam, alleen, moeder van een ondergedoken Joodse zoon, die met zijn gezin aan de Langestraat woonde. Ze hoopte haar zoon met haar vertrek te sparen.

Moeder Jacobs, 72 wonend aan de Zuidwal/ hoek Kortestraat, haar zoon was al in 1941 opgehaald uit Delden, omdat er tijdens de razzia in Enschede, naar oordeel van de bezetter niet genoeg joden waren opgepakt. Daarom werd willekeurig in de omliggende plaatsen opgepakt. Hij eindigde in Mauthausen. Haar man was pas overleden en ze had geen vechtlust meer, ze overleed ruim een maand later al in Vught.

Dan was er nog de moeder Kaatje de Leeuw 48, wonend aan de Langestraat, haar man Jozef (Jöske) was al uit de inrichting Het Apeldoornse Bosch weggevoerd en geëindigd in Auschwitz, met haar twee “tieners” Leo 16 en Gientje 13 die wel waren ondergedoken doch de afgeslotenheid niet konden verdragen en zo op zich zelf teruggeworpen werden.

De oma Rebekka Menko 67, wiens zoon Barend, die net als de zoon van de fam. Jacobs in 1941 was opgehaald, toen zijn vrouw 4 maand zwanger was, moest nu vertrekken met haar schoondochter Mathilde (Tilly 26) en kleinkind Selma, inmiddels 1 jaar oud, wat hadden ze moeten beginnen. Selma overleed al na 2 maand in Vught.

Als onderduiken mogelijk was geweest, waren ze waarschijnlijk niet bij dit vertrek uit Delden geweest.

Tien mensen verlaten het Deldense station, richting Vught om nooit terug te keren. Enkelen overlijden al in Vucht. De overlevenden zullen nog in hetzelfde jaar overlijden in Sobibor.